Bindweefsel

Uit FysioPedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Het bindweefsel -eigenlijk zouden we moeten spreken van 'de bindweefsels'- maakt onderdeel uit van alle organen van het lichaam van mens en dier. Bindweefsel heeft een steunende, dan wel verzorgende functie. Bindweefsel beschermt de organen en bepaalt hun vorm. De onderlinge beweeglijkheid van de organen wordt verzorgd door het bindweefsel. Bindweefsel vormt tevens de weg waarlangs bloedvaten en zenuwen naar de organen worden geleid; de meest verbindende van alle bindweefselfuncties.
Een belangrijk gemeenschappelijk kenmerk waarin de bindweefsels zich onderscheiden van de andere weefsels is het feit dat bindweefsel bestaat uit een populatie van gespecialiseerde cellen, ingebed in grote hoeveelheden tussencelstof of intercellulaire matrix. De cellen staan hooguit via dunne uitlopers of soms in het geheel niet in direct contact met elkaar. Het zijn de verschillen in eigenschappen van de matrix die in belangrijke mate het functionele verschil tussen de diverse bindweefsels bepalen.

Bindweefselmatrix

In de intercellulaire matrix maken we onderscheid tussen een amorfe component en de bindweefselvezels. De amorfe component uit een gel van koolhydraat (glycosaminoglycanen) en eiwitmoleculen (glycoproteïnen) waarin de vezels liggen ingebed. De aard van de matrix kan variëren van bijna vloeibaar (losmazig bindweefsel) tot zeer stevig en compact (been en kraakbeen). De aard van de matrix is dus van invloed op de mechanische eigenschappen van het desbetreffende bindweefsel, maar ook op de mate waarin bepaalde moleculen (voedings- en afvalstoffen, maar ook allerlei signaalstoffen) door het bindweefsel kunnen diffunderen.

Typen vezels

Het bindweefsel bestaat in verhouding uit weinig cellen, met ertussen een intercellulaire substantie van niet-levende, draadachtige vezels. De bindweefselvezels kunnen worden ingedeeld in drie typen:

  1. Collagene vezels bestaan uit het eiwit 'collageen'. De trekvastheid van dit type vezels is vergelijkbaar met die van staal. De vezels zorgen dat het bindweefsel niet oneindig kan worden uitgerekt en daardoor behoudt het lichaam zijn vorm.
  2. Reticulaire vezels zijn een variant op de collagene vezels. Ze komen vooral voor in combinatie met reticulumcellen. Deze fijne vezels verlenen ondersteuning aan de beenmergcellen en veel organen. Vooral in de lymfatische organen milt en lymfeklieren zijn ze talrijk.
  3. Elastische vezels zijn dunner en -zoals de naam al aangeeft- heel elastisch. Met al hun vertakkingen vormen ze een heel netwerk. Deze vezels komen bijvoorbeeld voor in wanden van bloedvaten, omdat die juist heel rekbaar moeten zijn.

Soorten bindweefsel

Op basis van deze drie soorten vezels kunnen verschillende soorten bindweefsel worden samengesteld, zodat het bindweefsel precies de juiste eigenschappen heeft voor zijn taak. De volgende soorten bindweefsel worden onderscheiden:

Vet, bloed en lymfe zijn drie bijzondere bindweefsels met een speciale functie. Het vetweefsel vervult niet alleen een belangrijke rol als voedselreserve, maar heeft daarnaast soms ook een mechanische functie zoals bij de ondersteuning van de oogbol. Bloed en lymfe zijn als bindweefsel bijzonder door hun intercellulaire vloeistof, die niet is gemaakt door de bloedcellen. Door hun vloeibare staat kunnen deze weefsels door het lichaam rondstromen en er op die manier voor zorgen dat bepaalde weefsels in het lichaam kunnen communiceren door signaalstoffen -zoals hormonen- te vervoeren.

Zie ook: beenweefsel

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Bezoek ook
Hulpmiddelen